Voor het kopen van een huis hebben jullie in 2026 minimaal 4 tot 6 procent van de koopsom aan eigen geld nodig, omdat je maximaal 100 procent van de woningwaarde mag lenen. Bij de gemiddelde verkoopprijs van € 494.605 (CBS, maart 2026) is dat al snel € 20.000 tot € 30.000. Vallen jullie onder de startersvrijstelling (18 tot en met 34 jaar, woning tot € 555.000), dan scheelt dat 2 procent overdrachtsbelasting. Met € 1.000 per maand samen sparen jullie € 24.000 bij elkaar in twee jaar.
- Jullie hebben in 2026 minimaal 4 tot 6 procent van de koopsom aan eigen geld nodig, want lenen kan tot maximaal 100 procent van de woningwaarde.
- De gemiddelde bestaande koopwoning kostte in maart 2026 volgens het CBS € 494.605.
- Zijn jullie allebei tussen de 18 en 35 jaar, dan betalen jullie tot een woningwaarde van € 555.000 geen overdrachtsbelasting.
- Met € 1.000 per maand samen sparen jullie € 20.000 in 20 maanden; automatisch overboeken direct na salaris is de sterkste spaargewoonte.
- De jubelton is per 2024 afgeschaft, maar ouders mogen in 2026 nog wel eenmalig € 33.129 belastingvrij schenken aan een kind tussen de 18 en 40 jaar.
Hoeveel eigen geld hebben jullie nodig voor een huis?
Voor het kopen van een huis hebben jullie in 2026 minimaal 4 tot 6 procent van de koopsom aan eigen geld nodig. Sinds 1 januari 2018 mag je maximaal 100 procent van de woningwaarde lenen, dus alle bijkomende kosten betalen jullie uit eigen zak. Volgens De Hypotheker komt dat bij een gemiddelde woning al snel neer op tienduizenden euro's, nog los van overbieden en inrichting.
De woningprijzen maken het doel er niet kleiner op. De gemiddelde transactieprijs van een bestaande koopwoning was in maart 2026 volgens het CBS € 494.605. In het eerste kwartaal van 2026 lagen de prijzen van bestaande koopwoningen gemiddeld 5,2 procent hoger dan een jaar eerder. Wie het sparen uitstelt, spaart dus tegen een bewegend doel in.
Reken voor een woning van € 450.000 op zo'n € 14.000 tot € 18.000 aan verplichte kosten als jullie geen recht hebben op de startersvrijstelling. Daar komt vaak nog geld bij voor overbieden: bieden jullie boven de getaxeerde waarde, dan financiert de bank dat verschil niet mee. Een realistisch spaardoel ligt voor de meeste stellen daarom tussen de € 20.000 en € 40.000.
Wat valt er in 2026 onder de kosten koper?
Kosten koper zijn alle verplichte kosten die de koper bovenop de koopsom betaalt: overdrachtsbelasting, notariskosten en de kosten voor taxatie, hypotheekadvies en eventueel Nationale Hypotheek Garantie. Samen komen die kosten in 2026 meestal uit op 4 tot 6 procent van de koopsom. Zo ziet dat eruit bij een woning van € 450.000:
| Kostenpost | Indicatie bij koopsom € 450.000 |
|---|---|
| Overdrachtsbelasting (2%) | € 9.000 (€ 0 met startersvrijstelling) |
| Notariskosten (leverings- en hypotheekakte) | € 1.000 tot € 1.500 |
| Taxatierapport | € 400 tot € 900 |
| Hypotheekadvies en bemiddeling | € 1.500 tot € 4.000 |
| Bouwkundige keuring | € 300 tot € 500 |
| NHG-borgtochtprovisie (0,4%) | € 1.800 |
| Totaal | € 14.000 tot € 17.700 (met startersvrijstelling € 5.000 tot € 8.700) |
De bedragen zijn indicaties: een aankoopmakelaar komt er bijvoorbeeld nog bij, en zonder NHG vervalt de borgtochtprovisie.
Startersvrijstelling: in één klap 2 procent besparen
De overdrachtsbelasting voor een woning waarin je zelf gaat wonen is in 2026 2 procent van de koopsom. Kopers van 18 tot en met 34 jaar betalen volgens de Belastingdienst in 2026 helemaal geen overdrachtsbelasting bij een woning met een waarde tot € 555.000. Deze startersvrijstelling gebruik je één keer in je leven en wordt per persoon beoordeeld, dus check allebei of je ervoor in aanmerking komt.
NHG: kleine premie, vaak lagere rente
De NHG-kostengrens ligt in 2026 op € 470.000, of € 498.200 als je energiebesparende voorzieningen meefinanciert. Voor NHG betalen jullie in 2026 eenmalig 0,4 procent van het hypotheekbedrag, maar daar staat bij veel geldverstrekkers een rentekorting tegenover. Vergeet deze post dus niet in het spaardoel, hij verdient zichzelf meestal terug.
Hoe lang duurt het om genoeg bij elkaar te sparen?
Met € 1.000 per maand samen hebben jullie € 20.000 bij elkaar in 20 maanden, dus in ruim anderhalf jaar. Hoe lang jullie in totaal bezig zijn hangt af van drie knoppen: het spaardoel, het vaste maandbedrag en de extra's die jullie doorstorten, zoals vakantiegeld of een schenking. Dit schema laat zien wat verschillende maandbedragen doen (zonder rente gerekend):
| Samen per maand | € 20.000 gespaard na | € 40.000 gespaard na |
|---|---|---|
| € 500 | 40 maanden (3 jaar en 4 maanden) | 80 maanden (6 jaar en 8 maanden) |
| € 750 | 27 maanden | 54 maanden |
| € 1.000 | 20 maanden | 40 maanden |
| € 1.250 | 16 maanden | 32 maanden |
| € 1.500 | 14 maanden | 27 maanden |
Een voorbeeld: Sam en Noah verdienen samen € 4.800 netto per maand. Het Nibud hanteert als vuistregel om ongeveer 10 procent van je netto inkomen opzij te zetten; voor hen is dat € 480 per maand. Omdat ze over twee jaar willen kopen, schroeven ze de inleg op naar € 1.200 per maand door dubbele abonnementen op te zeggen en over te stappen van energieleverancier. Hun doel van € 20.000 staat dan na 17 maanden op de rekening.
Twijfelen jullie nog over het bedrag? In ons overzicht met spaardoelen en voorbeeldbedragen zien jullie hoe een huisdoel zich verhoudt tot andere doelen, zoals een bruiloft of een wereldreis.
Zo maken jullie er samen een systeem van
Sparen voor een huis lukt het best met een vast bedrag dat automatisch wordt overgeboekt op de dag na jullie salaris, naar een aparte rekening met een duidelijke naam. Wat er nooit op de betaalrekening staat, geven jullie ook niet uit. Dat automatisme is belangrijker dan de hoogte van het bedrag: € 750 per maand dat altijd doorgaat verslaat € 1.200 dat de helft van de maanden sneuvelt.
Zo zetten jullie het op:
- Open een apart doelpotje. Geef het een naam met een datum, bijvoorbeeld "Huis 2028". Een concreet doel werkt aantoonbaar beter dan een anonieme spaarrekening. Hoe jullie dat handig indelen lees je in ons artikel over sparen met potjes.
- Verdeel de inleg eerlijk. Verdienen jullie ongeveer evenveel, dan is 50/50 logisch. Bij een groot inkomensverschil is inleggen naar rato eerlijker. De afwegingen staan in samen sparen of apart.
- Maak de voortgang zichtbaar. Een teller die elke maand vooruit gaat, houdt jullie allebei gemotiveerd. In Onsie zetten jullie een gezamenlijk spaardoel met streefbedrag en einddatum, zodat jullie allebei dezelfde voortgang zien.
- Plan een vast geldmoment. Eén avond per maand samen kijken: liggen we op schema, wat kan er extra bij?
Meer strategie, inclusief hoe je begint als een van jullie een spaarder is en de ander niet, vinden jullie in ons hoofdartikel over samen sparen.
Welke versnellers zijn er in 2026?
De grootste versnellers zijn een schenking van ouders, de startersvrijstelling en structureel lagere vaste lasten. Geen van drie vraagt om harder werken, wel om even goed uitzoeken waar jullie recht op hebben.
Schenking van ouders
De jubelton, de verhoogde schenkingsvrijstelling van ruim een ton voor de eigen woning, is per 1 januari 2024 volledig afgeschaft. Er zijn in 2026 nog wel twee mogelijkheden: ouders mogen een kind € 6.908 per jaar belastingvrij schenken, en eenmalig € 33.129 vrij besteedbaar als de ontvanger tussen de 18 en 40 jaar oud is (De Hypotheker, 2026). Die eenmalige schenking mag gewoon in het huis gestoken worden.
Vaste lasten doorlichten
Structureel besparen versnelt harder dan eenmalig bezuinigen. Wie € 150 per maand bespaart op abonnementen, verzekeringen en energie, spaart € 1.800 per jaar extra zonder in te leveren op het spaargevoel. Begin met een compleet overzicht van jullie vaste lasten: daar staan bijna altijd dubbele of vergeten abonnementen in.
Rente laten meewerken
Zet het huisgeld op de vrij opneembare spaarrekening met de hoogste rente en vergelijk jaarlijks even opnieuw. Bij tienduizenden euro's telt elke tiende procent, en overstappen kost een avond.
Drie valkuilen om te vermijden
De grootste valkuilen bij sparen voor een huis: je buffer opmaken aan de aankoop, gaan beleggen met een korte horizon en de kosten na de sleuteloverdracht vergeten. Alle drie zijn te voorkomen met een paar duidelijke afspraken vooraf.
1. De buffer opeten. Het huisdoel en jullie noodbuffer zijn twee verschillende potjes. Het Nibud adviseert om naast grote doelen zoals een huis altijd een aparte buffer aan te houden voor onvoorziene kosten, zoals een kapotte wasmachine of autoreparatie. Wie de buffer in het huis stopt, begint het koopavontuur zonder vangnet.
2. Beleggen met een korte horizon. Beleggen kan op lange termijn meer opleveren, maar bij een horizon korter dan vijf jaar is de kans te groot dat jullie moeten verkopen na een koersdaling, precies wanneer het droomhuis voorbijkomt. Spaargeld is saaier maar zeker: het valt bovendien tot € 100.000 per persoon per bank onder het depositogarantiestelsel.
3. Alles op de koopsom richten. Bijna elk huis vraagt direct om geld: verf, vloeren, gordijnen, soms een nieuwe keuken of badkamer. Reserveer daarom een deel van het spaardoel voor na de overdracht, of maak er een tweede doel van. Met onze rekenhulp voor een verbouwingsbudget zien jullie snel wat de klussen op jullie lijstje gaan kosten.



